SLO eindtermen Geschiedenis: tijdvak 6 (Regenten en vorsten) en 7 (Pruiken en revoluties); historisch redeneren H/V niveau
Lesopbouw
Min
Activiteit
5
Inleiding + lezen intro klassikaal
35
Werkbladen — zelfstandig of in tweetallen
10
Bespreken antwoorden + reflectievragen
5
Verdiepingsopdracht / huiswerk
Inleiding (klassikaal voorlezen)
In deze les ga je aan het werk met echte historische bronnen. Tussen 1830 en 1863 hielden de Nederlandse koloniale autoriteiten een 'slavenregister' bij waarin elke tot slaaf gemaakte werd vastgelegd: naam, leeftijd, plantage, geslacht, moeder. Op surinameglobalgroup.com/nl/roots staan 161.790 personen uit dat register.
Jij kiest één plantage. Je gaat onderzoeken: hoeveel mensen werkten daar? Hoeveel mannen, hoeveel vrouwen? Welke familienamen kwamen vaker voor? Wat verbouwden ze daar?
Opdrachten met antwoordmodel
1. Ga naar surinameglobalgroup.com/nl/roots en kies één plantage. Noteer de naam en het district/de rivier.
Eigen plantage. Bijvoorbeeld: Vossenburg, district Commewijne.
2. Hoeveel personen zijn er op deze plantage geregistreerd? Hoeveel mannen, hoeveel vrouwen?
Lees het uit de "Historische context"-blok.
3. Welke 3 familienamen kwamen het meest voor op deze plantage?
Te zien in de surnames-lijst onder "Familienamen".
4. Welke gewassen werden er verbouwd? Was het een suiker-, koffie-, katoen- of cacao-plantage?
Te vinden in de plantage-detailpagina.
5. Vergelijk jouw plantage met die van een klasgenoot via /nl/roots/vergelijk. Wat valt op? Welke familienamen komen op beide plantages voor?
Open klasdiscussie. Gedeelde familienamen wijzen mogelijk op familie-verbanden tussen plantages.
6. Stel: jouw klasgenoot vindt op "jouw" plantage een familienaam die ze in haar eigen familie kent. Wat zou dat voor haar betekenen? Schrijf een korte tekst (5–10 regels).
Reflectieopdracht. Geen goed of fout antwoord.
⭐ Verwerkingsopdracht
Vervolgles: lees gezamenlijk Anton de Koms 'Wij slaven van Suriname' (1934). Bespreek hoe De Kom de plantages beschrijft en vergelijk dat met wat jullie zelf in de Roots Zoeker hebben gevonden.
Gespreksleidraad
Wat betekent vrijheid voor jou persoonlijk — en wat betekende het in 1863?
Welke woorden gebruiken we vandaag („slaaf” vs „tot slaaf gemaakte”) en waarom maakt taalkeuze uit?
Welk monument of welke herdenking ken je in Nederland of Suriname die hierbij hoort?
Welke familienamen in jullie klas/gemeenschap komen mogelijk uit Suriname?
Differentiatie
Snelle leerlingen: laat ze 2 plantages vergelijken in plaats van 1.
Leerlingen die meer steun nodig hebben: laat hen samen werken in tweetallen of geef de plantage al voor.
Voor leerlingen met persoonlijke band met Suriname: nodig hen uit te delen — maar nooit verplicht.
Gevoelige inhoud — wees zorgvuldig
Deze les raakt aan slavernij, racisme en ontmenselijking. Gebruik de term “tot slaaf gemaakte” in plaats van “slaaf”. Houd er rekening mee dat sommige leerlingen een persoonlijke of familieband met dit verleden hebben. Nodig hen uit om te delen, maar verplicht het nooit. Geef ruimte voor emotie en zorg voor een nazorgmoment als dat nodig is.